zaterdag 22 april 2017

C O V E R G I R L

Wow, wat een grote verassing kregen we deze week toen we op de website Zeilen.nl keken. Daar zagen we dat de cover van Zeilen 05/2017 (maand mei) wordt gesierd door een foto van onze Antares voor anker in de Tobago Cays! Wat vinden we dat ontzettend gaaf! Op de coverfoto dobbert naast Antares de dinghy van De Verleiding van Ron en Joce waarmee we zulke leuke tijden hebben beleefd in 2015 en 2016. Joce wijst naar een voorbij zwemmende rog. Als je goed kijkt, kun je hem op de foto zien.

En nog een primeur, in deze editie van Zeilen staan zo maar twee artikelen van ons! ‘Cruisen zonder koelkast’ en ‘Vertrekkerstips uit Sint Maarten’, waarin we vier cruisersechtparen/-gezinnen naar hun ervaringen en tips voor toekomstig vertrekkers vroegen. Kind of Blue (NL), Schorpioen (NL) Arion (GB), Gypsy Blues (CA) en Out of Africa (SA) leverden een bijdrage, waarvoor hartelijk dank! 

Helaas konden niet alle bijdragen een plaats krijgen in het artikel, maar we denken dat het voor iedereen die droomt over een lange zeilreis toch een mooi en bruikbaar verhaal is geworden. En ach -what the hack- ook voor iedereen die nooit zo'n reis wil maken of uberhaupt iets met zeilen heeft... ook jullie raden wij deze editie van Zeilen graag aan :-)

WAAR IS ANTARES?
Hedda en Quirijn tot hun midden in de sneeuw. Even oefenen
voor straks als we weer in het koude Nederland zijn.
(nu ja, dit was bij de Bubbly Pool op het eilandje Jost van Dyck
op de BVI's, waar met een noordelijke swell het zeewater tussen
de rotsen door een baaitje in dendert).
Wij zijn ondertussen al een aantal weken op de British Virgin Islands. We hebben twee keer bezoek gekregen uit Nederland, waarmee we een erg prettige tijd hebben beleefd. Het is zo bijzonder om ons leven dat we nu bijna drie jaar hebben geleefd van zo dichtbij te kunnen delen met vrienden. Morgen hopen we de Win2Win te ontmoeten, die we in januari 2015 voor het laatst zagen (in Las Palmas op de Canaries).


Nog een paar weken en dan zit ons Carieb avontuur er op. Dan gaat Antares terug naar Europa en wij ook. We hebben op Sint Maarten al even wat gesnuffeld aan potentiële boten voor een volgende zeilreis, maar die reis zal vast niet eerder dan een decennium of anderhalf van ons vandaan liggen. En in de tussentijd kan er veel gebeuren dus ach, we zien wel wat de toekomst ons biedt. Eerst maar eens aarden in Nederland, waar we deze zomer verwachten terug te keren.

woensdag 15 maart 2017

SINT MAARTEN HEINEKEN REGATTA... Zou ik misschien...

... NU WE ER TOCH ZIJN...

Ieder jaar vindt op Sint Maarten de ‘Sint Maarten Heineken Regatta’ plaats. Een zeilrace van drie dagen waaraan een stuk of tweehonderd zeilboten deelnemen. Op de ochtend van onze aankomst varen we door de Simpsom Bay Bridge langs de naastgelegen Sint Maarten Yacht Club; de organiserende club voor de regatta en het terras hangt al vol met Heineken reclame en andere verwijzingen naar de races die een kleine week later zullen starten.

DRUKTE OP DE YACHTCLUB
De regatta draait grotendeels op vrijwilligers, maar alle plekken zijn ver van tevoren al ingevuld, zo weten we van vorig jaar toen we de aanloop naar de regatta meemaakten maar zelf tijdens het evenement in Nederland waren. ‘Toch’, zeg ik tegen Hedda nadat we ons anker laten vallen achter de tweede brug van Sint Maarten, ‘wil ik proberen nog een plekje te vinden. Al is het maar glazen ophalen of vuilnis wegbrengen’. Hedda kijkt me fronsend aan. Twee dagen voor de start van het evenement is het al druk op de jachtclub. Deelnemers halen hun startnummers en andere spullen af, er is een media stand, merchandise, een stand met info over het eiland, de Customs and Immigration staat er, overal reclame, er hangen lijsten met klasse indelingen, deelnemende teams en boten en er heerst, kortom, een mooie sfeer zoals we kennen van bijvoorbeeld de North Sea Regatta.

ALLES VOL...
‘Nee’ is het antwoord op mijn vraag. Uiteraard zijn alle vrijwilligersplekken vergeven, maar ik mag mijn naam op een reservelijst schrijven, inclusief mijn telefoonnummer. ‘Don’t call us, we’ll call you’. Nu hebben wij geen telefoonnummer, dus meld ik mij gewoon de volgende ochend weer op de jachtclub. Nee, er is ook vandaag geen werk voor mij. De volgende ochtend, racedag 1, probeer ik het weer. Nu sta ik al om 6.50 uur op de jachtclub. Maar nee, alles is vol, dus weer geen werk. Maar ik kan even bij de watertaxi’s proberen.

OOK AL GEEN PLEK...
Haast geen plek meer voor je dinghy, zo druk. Gezellig hoor.
Aan de steiger van de yachtclub liggen vijf grote dingies met een vlaggetje ‘watertaxi’. Op de steiger zelf ziet het geel van de mensen. Het tenue van de watertaxi vrijwilligers is een knalgeel polo met ‘watertaxi’ op de rug en een net zo (lelijk...) gele pet. In de gauwigheid tel ik veertien personen in zo’n kanarie-outfit. Stel dat een van die vogels coördinator is, dan is dat op vijf boten een verborgen werkloosheid van drie kanaries. Weinig kans voor mij... Na even vragen beland ik bij een oudere Amerikaanse dame die de touwtjes in handen heeft. ‘Are you a licensed boatdriver?’ vraagt ze nors. Dat ben ik en bovendien gebruiken wij, als zeilcruisers, al 3 jaar onze dinghy als dagelijks vervoermiddel. Ervaring genoeg dus en de juiste papieren bovendien. Ik zie mijn kansen exponentioneel verbeteren. ‘Noooo. We have enough volunteers’ antwoord ze met een blik op de vrijwlligerslijst. 'You can try tomorrow, but I’m sure we have enough volunteers that day as well. If we’ll need you tomorrow, you’ll get a taxidriver shirt and cap then’. Een man achter haar vangt een klein deel van ons gesprek op. Voornamelijk het ‘shirt and cap’ gedeelte. Hij loopt naar een doos, pakt een gele polo en pet en overhandigt dat aan mij, terwijl mevrouw alweer druk is met andere dingen.

BINGO!
Ik trek snel het shirt aan, neem plaats op een stoeltje tussen andere taxidrivers en trek de pet zo ver over mijn hoofd dat mijn gezicht onzichtbaar is voor mevrouw de coördinator. Een kwartiertje later begint het spitsuur voor de watertaxi’s. Deelnemers worden weggebracht naar geankerde raceboten, er moet brandstof worden gehaald en wedstrijdboeien worden weggebracht.

Dan moet iemand naar een startboot worden gebracht, maar is er twijfel of dat wel veilig kan gebeuren. De startboot ligt op volle zee in de golven, dus overstappen is misschien te gevaarlijk. Met de bestuurder van een watertaxi overleg ik dat we het in ieder geval kunnen proberen en als ik nu mee ga als derde bemanningslid, naast zijn hulpje, dan hebben we een paar extra handen. Voor de coordinator het doorheeft hebben we de startbootpersoon aan boord gehesen, van een reddingsvest voorzien en zijn onderweg. Verbaasd kijkt de coordinator ons na. Ik ben binnen.


'He, daar kwam papa voorbij! Echt waar mama, echt waar, ik zag hem in een taxiboot!'

GAS EROP
Bij terugkomst aan de steiger wordt de taxidriver van de boot naast ons gebeld en moet even naar de toegangspoort van de jachtclub om wat af te halen. En zo beschik ik over mijn eigen boot. Zes personen moeten naar ‘team huppeldepup’, die aan een mooring ligt buiten in Simpson Bay. En dan gaat het bijna even mis... onze dinghy heeft een 3,5 pk buitenboordmotor. ‘Mijn’ watertaxi beschikt over een 50pk buitenboordmotor... gewoontegetrouw draai ik de gashandel volledig open. Bij onze dinghy heeft dat het effect dat je, na een paar seconden wachten, langzaam maar zeker een beetje op gang komt. In de taxiboot is dat anders. Iedereen rolt door de dinghy naar achteren, terwijl die met veel geweld achterover helt en er met grote snelheid vandoor spuit. Oeps, sorry! Gelukkig worden buitenboordmotor en ik al snel weer vrienden en aan het einde van de ochtendshift ben ik vanzelfsprekend lid van de watertaxi club. ‘See you tommorow guys!’

PROMOTIE
Zaterdagochtend, racedag twee, ben ik al om 06.45 uur onderweg met mijn vaste hulp ‘Tom, Arizona United States, every year volunteer at the Heineken Regatta – I fly in just for this event’. We zijn mooi op elkaar ingespeeld en bewegen ons soepeltjes door de baai. Om half acht krijgen we drie passagiers die de hoofddsponsor van dit evenement een warm hart toedragen. Zwalkend stappen ze de dinghy in, met een fles Heineken in hun hand. Ze hebben de hele nacht gefeest en gedronken en hopen nog twee uurtjes te slapen voor de start van hun eerste zeilrace... Misschien is het een idee als Roosvice voortaan dit evenement sponsort?

Tom en Walewijn aan het werk als taxidrivers.
Na aflevering van onze last varen Tom en ik even langs de jachtclub om te checken of er nog volk vervoerd moet worden, anders maken we een rondje langs de raceboten in de Lagoon, om te kijken of daar taxiwerk te leveren is. Zodra we in zicht komen, wordt er wild naar ons gezwaaid en gewenkt op de taxi steiger. Ajajaj, moet ik dan toch nog mijn geliefde vrijwilligersbaantje opgeven? En ja hoor, zo blijkt, ik moet mijn taxiboot inleveren. Maar ik word niet ontslagen, sterker, mevrouw de coördinator is not-ammused dat ze mij moet afstaan. De finishboot komt een persoon te kort. En zo heeft de organisatie van de Heineken Regatta bedacht dat het een goed idee is als ik die plaats inneem. DE finishboot! Van DE Sint Maarten Heineken Regatta! Ik weet niet of ik dat wel kan... ik heb helemaal geen – of nauwelijks- wedstrijdzeilervaring. Laat staan dat ik iets van start- en finishprocedures weet. Maar mijn tegenwerpingen ten spijt, mijn promotie is een feit. Via de marifoon meld ik Hedda dat ik een paar uurtjes later thuis ben vandaag, ik zit tot einde van de dag op de finishboot.

De finishboot
SOEPELE SAMENWERKING
De finishboot is een 44 voets catamaran waar we met acht personen op zitten. Ik blijk de boot te delen met zes Nederlanders (goedemorgen!) en een Amerikaanse mevrouw. Coordinator Frank legt mij de finishprocedure uit die blijkt te bestaan uit veel check en dubbelcheck werk. 



Het lijkt mij allemaal erg ingewikkeld, maar als we eenmaal positie hebben genomen op de finishlijn en de eerste boten aan komen denderen, blijkt het allemaal erg professioneel, gestructureerd en overzichtelijk te verlopen. 

Dat moet ook wel, want soms naderen er zeven, acht boten tegelijk en is het spitsuur op de finishboot. Op zondag (de derde en laatste racedag – ja, ik mag weer mee op de finishboot!) hebben we zelfs op een moment veertien boten die zeer kort op elkaar finishen.

Met een verrekijker ontcijfer ik de racenummers van de naderende boten. Die nummers stem ik af met Hoite, die na finishing het nummer van de betreffende boot hard oproept. Zo checken we of we de juiste nummers voor ogen hebben, soms is het moeilijk zichtbaar. 


Daar komen de eerste finishers aan...

Zodra een boot finisht, drukt een van de bootgenoten op een toeter, noteren twee anderen de tijd, Hoite roept het betreffende nummer hard op en nog weer twee anderen noteren het finishende nummer. Dan zit er nog een check in, door een laatste persoon die het finishende schip afstreept op de lijst met deelnemers. En alles wordt ook nog eens gelijktijdig in een computer gezet.

Mijn (werk)plek voor twee dagen.


   

OP DE VOORSTE RIJ
Ik wijd in dit blogbericht verder niet te veel uit over mijn werkzaamheden en ervaringen, ik heb dat uitgebreid verwoord in een artikel waarvan ik hoop dat een van de Nederlandse zeilbladen het wil plaatsen, maar ik kan wel zeggen dat ik twee geweldige dagen heb. 

Het is zo ontzettend gaaf om die racejachten – waaronder een aantal Volvo Ocean Racers en extravagante catamarans – van zo dichtbij te zien finishen. En daarnaast heerst er een geweldige sfeer aan boord met een prachtige concentratie en focus op de wedstrijd wanneer er boten finishen en ruimte voor ontspanning en gesprekken als het even rustiger is.

Concentratie op de finishboot

En bovenal realiseer ik mij op zondagmiddag - terwijl een groot veld raceboten met hoge snelheid op de finishlijn afstormt en ik door mijn verrekijker tuur en nummers doorneem met Hoite - in wat een fantastische situatie ik terecht ben gekomen. Ik moet er een beetje om lachen. Eigenlijk was er helemaal geen plek voor mij op de Heineken Regatta, en nu zit ik op de voorste rij van een van de grootste zeilwedstrijden ter wereld deel uit te maken van het wedstrijdcommitee! Whaha! Wat een gave ervaring! En aan alle collega finishboot genoten; super dank, ‘het waren twee geweldige dagen’! 


En weer een Volvo Ocean Racer op snelheid.

Gevecht op de finishlijn. En ik ziet er met mijn neus bovenop. Zo ontzettend kicken dit!


UITGEBLUST
De Heineken Regatta bestaat naast zeilen ook uit feesten. Op de laatste avond van het evenement treedt UB40 op tijdens het regatta feest. Quirijn en ik zijn te moe om dat nog mee te maken, maar Hedda zingt lekker mee op het strand.

donderdag 9 maart 2017

WAAR ZIJN DE TRADEWINDS ALS JE ZE NIET NODIG HEBT?

In de Carieb waaien de tradewinds. Oostenwind, meestal windkracht vijf of zes. Vanuit Luperon in de Dominicaanse Republiek willen we naar Sint Maarten. En dat ligt pal oost, tegen de tradewinds in. De voor de hand liggende tactiek is wachten tot de tradewinds worden onderbroken door een koufront, dat meestal vanuit de Golf van Mexico over Florida richting oost/noordoost trekt. Na de passage van zo'n koufront volgt dan, afhankelijk van de sterkte van dat front, een of een paar dagen met noordelijke wind en kun je weer een stukje verder naar het oosten varen. Dan wacht je weer tot het volgende koufront, dan soms dagen maar soms ook pas weken later komt.

Alleen werkt die tactiek voor ons niet, althans in ieder geval niet voor de eerste 250 mijl want die beslaat de noordkust van de Dominicaanse Republiek en de Mona Passage tussen Dom Rep en  Puerto Rico. Met een sterke noordelijke wind is dat niet fijn. Daarna kunnen we via de zuidkust van Puerto Rico en volgen nog wat kleine eilandjes, dan de US en British Virgin Islands waarna nog een traject naar Sint Maarten, weer pal oost tegen de tradewinds in dus weer wachten tot de tradewinds inzakken als gevolg van een passerend koufront.

Hedda hijst de gastenvlag van Puerto Rico.

Op wind uit een westelijke hoek hoeven we niet te rekenen; ik heb de statistieken er nog eens op nagekeken, gedurende de maand februari is (gelijk andere wintermaanden) de kans op wind uit een noordoostelijke tot zuidoostelijke richting... 98%. Slechts 1 tot 2 procent van de tijd komt de wind uit een min of meer westelijke richting.

LUPERON -BOCQUERON
We vertrekken uit Luperon met de gewenste despachio (zie vorig blog) in de achterzak. Daarmee mogen we 120 mijl oostelijk stoppen in de Samana Baai. Dat zijn we helemaal niet van plan, maar als er onderweg iets gebeurt kunnen we in ieder geval uitwijken. Bovendien ontlopen we met een despachio de moeizame en mogelijk kostbare uitklaringsprocedure van de Dom Rep. Waarschijnlijk wacht er nu nog steeds iemand in Samana Baai op onze aankomst...

Ons doel is Bocqueron aan de westkust van Puerto Rico en die 254 mijl varen we in twee etmalen. Tussen de Dom Rep en Puerto Rico ligt de honderd mijl brede Mona Passage. In die passage wordt de wind versterkt, doordat het tussen de twee hoge eilanden door waait (venturi effect). Verder kan er een ruwe zee staan omdat de zee van duizenden meters diepte op ondieptes van een aantal tientallen meters stuit. En dus willen we graag de Mona Passage door op een vrij(wel) windstille dag.

STUITEREN
Vrijdag 17 februari is zo'n rustige dag en om daar op tijd te zijn, vertrekken we woensdagmiddag uit Luperon en nemen de dan nog ruwe zee aan de noordkust van Dom Rep voor lief. De eerste uren motorzeilen we terwijl golven vanaf de boeg tot over de buiskap heen klappen. Om 20 uur begint mijn eerste wacht en is het voor Hedda een hele toer om te slapen op de stuiterende boot. Quirijn was gelukkig erg moe en slaapt de hele nacht door. Tegen het einde van mijn eerste wacht (om 00.00 uur) nemen de golven wat af waardoor ik een stuk betere rust heb dan Hedda. 

In de loop van de nacht zwakken wind en golven gelukkig nog verder af en gedurende de donderdag varen we op de motor onder een strakblauwe lucht langs de mooie Dominicaanse noordkust, met uitzicht op haar hoge bergen.

Op de foto's zie je een lange deining (net als hoge golven) nooit goed. Tot er een boot naast je vaart en de hele romp
wegvalt in de deining. Hier vaart de Blabber ons voorbij.

RELAXEN
We zitten een groot deel van de middag op het voordek in het zonnetje, terwijl de stuurautomaat stuurt. We passeren de Samana Baai en in dit jaargetijde komen walvissen hier om te paren. We zien een aantal keren in de verte walvissen boven water uitspringen. We weten niet of we het jammer vinden dat we ze alleen van veraf zien... Wij voelen ons erg klein vergeleken met hen. Einde van de middag trekt de wind weer aan (dagelijks patroon door opwarming van de lucht boven land) en volgt weer een stuiteravond, maar gelukkig stukken minder dan de vorige dag.

Dat puntje aan de horizon dus... een springende walvis.


Op zoek naar walvissen



DE BERUCHTE MONA PASSAGE?
Quirijn maakt een hut van kuipkussens... wij zitten met
onze billen op het kale hout...
De volgende dag kunnen we ons nauwelijks voorstellen dat we in de 'beruchte' Mona Passage varen. Strakblauwe lucht, geen windrimpel op het water en alleen een lange, trage deining als gevolg van slecht weer ver weg op de oceaan. 

He is zo rustig in de Mona Passage
dat we klusjes kunnen doen.
De motor en stuurautomaat doen het werk en een licht briesje geeft ons af en toe een zetje mee via het grootzeil. We doen wat klusjes aan boord en eind van de middag gooien we het anker uit bij Bocqueron, Puerto Rico. Eerst slapen, morgen maar inklaren.


BOCQUERON - PONCE
Zaterdagochtend luisteren we, zoals iedere ochtend, naar Chris Parker op de SSB radio. Hij verzorgt dagelijks weersverwachtingen voor cruisers in de Carieb. Hij verwacht dat de wind nog een dag of zeven a acht rustig zal zijn, waarna de tradewinds terugkomen. We kijken elkaar aan... ons plan om rustig langs de zuidkust van Puerto Rico te scharrelen waarbij we steeds een klein stapje verder varen gedurende de nacht en vroege ochtend omdat de tradewinds dan minder sterk zijn gaan in de prullenbak. Als we nog naar Sint Maarten willen, dan moeten we gebruik maken van deze kans.

vuurtoren op de zuidwestpunt van Puerto Rico
Inklaren laten we maar even zitten, we halen het anker op en varen die middag 25 mijl verder, het hoekje om naar de zuidkust van Puerto Rico. 

We vinden de zuidkust fraai met een glooiend landschap dat verder van zee vrij steil omhoog loopt tot een aantal bergen, de meeste gaan schuil in donkere dreigende wolken. Tegen het begin van de avond naderen we de beoogde ankerbaai.






ALLES TEGELIJK
We houden de kaart en betonning goed in de gaten want buiten de vaargeul liggen verschillende ondieptes. We hebben inmiddels de wind in de rug dus laten het grootzeil ook nog even bijstaan. Dan ziet Hedda dolfijnen voor de boeg, pakt de camera en verdwijnt met Quirijn naar het voordek. Ik zie ondertussen een boeitje dat ik niet kan thuisbrengen en vermoed dat het een ballon is, maar vraag Hedda om dat te bevestigen. Ondertussen bedenk ik dat we nog een vislijn achter onze boot hebben hangen, dus loop naar het achterdek. Daar zie ik dat we beet hebben. Aj... We naderen een krappe ankerbaai, hebben ondieptes om ons heen, een boei of ballon die we niet kunnen thuisbrengen, het grootzeil staat nog op, dolfijnen rond Antares en een vis aan de haak...

Die vis blijkt een barracuda te zijn. Hij is net zo lang als Quirijn (1.05 meter) en heeft hele scherpe tanden. En wat jammer is, een barracuda kun je beter niet eten want ze kunnen in de loop van hun leven schadelijke stoffen in hun lichaam hebben opgeslagen, waar wij dan weer ziek van kunnen worden.

SIGHTSEEING AT TOPSPEED
Handig. Een fietsreparatiepaal.
Quirijn sleutelt aan zijn step. 
Zondagochtend varen we door naar Ponce, een fraaie oude stad, waar we brandstof tanken en inklaren. Antares ligt aan een mooring langs een boulevard waar de inwoners van Ponce zondagavond flaneren. Wij doen gezellig mee, samen met de Blabber bemanning. De volgende ochtend horen we op de SSB dat het weergat om naar Sint Maarten te komen kleiner wordt. 

Toch willen we Ponce bekijken en besluiten om nog niet direct te vertrekken. Dus staan we 's morgens vroeg bij de poort van de marina op zoek naar een lift. En dat lukt. Een half uur later lopen we door de prachtige binnenstad van Ponce. Helaas is het maandag en bovendien een feestdag waardoor vele cafés, musea en overige bezienswaardigheden gesloten zijn. We zijn dus snel uitgekeken en nemen een taxi terug naar de haven. Daar besluiten we nog even langs het Hilton resort te gaan waar we weer lekker genieten van het zwembad. Na afloop nemen we ook nog eens een lekkere douche met warm water.


Antares voor de boulevard waarop de Ponce inwoners ieder weekend flaneren.



Zo, even lekker relaxen in het resort.


De dag daarop vertrekken we naar St. Croix. Na vier maanden komt het moment van afscheid nemen van de Blabber bemanning. Zij varen naar Vieques. Maar we gaan ze wel weer treffen ergens, al is het maar om de vijf dollar te overhandigen die ze nog van ons tegoed hebben (ja, ja, Ben en Ing, zijn we niet vergeten!).

PONCE - ST CROIX
Het tempo ligt hoog, dinsdagochtend vertrekken we voor een traject van ruim 100 mijl naar St Croix, het meest zuidelijke eiland van de US Virgin Islands. We vervolgen ons traject langs de zuidkust van Puerto Rico en als we eind van de middag uit de luwte van het eiland komen neemt de noordenwind flink toe, als gevolg van het venturi effect rond de hoge bergen. We leggen twee riffen in het grootzeil en draaien het voorzeil terug tot een klein puntje.

TE SNEL
De golven klappen weer over de boeg en spoelen de gangboorden vol water. Ondanks het kleine zeiloppervlakte en de golven die ons afremmen, varen we continu boven zeven knopen en regelmatig boven acht. En ja, dat is problematisch... we gaan te hard. Als we zo doorvaren, komen we om vier uur 's nachts op onze bestemming (Christiansted op St Croix) aan. Daar liggen riffen en dat willen we bij daglicht doen. Gelukkig weten we dat de wind in de loop van de nacht afneemt en naarmate wij een paar uur verder van Puerto Rico vandaan zijn, neemt ook het venturi effect af.

VERASSING
Dit is dus niet de Antares, maar de Rogue.
Gedurende mijn laatste wacht krijg ik de boel maar niet goed lopend. De wind is afgenomen, de zee nog rommelig, zeker omdat we nu lagerwal boven de kust van St Croix varen, er staat te weinig druk in de zeilen, maar ik wil de twee riffen er niet uithalen omdat dat op de hobbelige zee in het donker te gevaarlijk is en bovendien is de wind vlagerig, er komen steeds squalls over. En dan zo'n eerste nacht op zee is altijd vermoeiend dus ik heb het wel gehad allemaal. Maar gelukkig wordt het ook vandaag weer licht en bij het eerste ochtendlicht lopen we Christiansted binnen. En daar zien we, tot onze verassing, de Rogue voor anker liggen. Een Trintella 44, die de dag na ons vertrek in juli 2014 uit Zaandam ook vertrok uit Zaandam. In Frankrijk en Portugal kwamen we de Rogue nog eens tegen en daarna niet meer. Twee jaar geleden werd hij verkocht in de Carieb aan een Braziliaan en 's middags maken we kennis met hem en drinken kokosmelk op de Rogue. Het blijft een kleine wereld, de cruisers wereld!
  






TEGENVALLER
Ik vind Christiansted erg tegenvallen, na Luperon oogt dit wel erg toeristisch met een boardwalk met toeristencafes, een duikschool, souvenierwinkel en georganiseerde boottochtjes. Het ziet er naar mijn beeld ook erg verlopen uit, ik vermoed dat dit eiland de laatste halte is voor veel oude Amerikanen. Zo te zien gaat het ook achteruit hier, we hoorden eerder al dat de grootste werkgever op het eiland een jaar geleden de deuren sloot en we zien failliete restaurants en cafés. Maar Hedda is het niet met mij eens en ziet de fraaie kant van het dorp. Mooi herstelde fortificaties waarin je nog goed de Scandinavische hand herkent uit de tijd dat dit Deens grondgebied was. Overigens is het ook in handen geweest van de Britten, Spanjaarden, Fransen, Hollanders en nog een land, maar dat ben ik even kwijt. Nu is het Amerikaans.

ST CROIX - ST MAARTEN
De volgende middag (donderdag 23 feb) halen we ons anker alweer omhoog voor de 90 mijl naar Sint Maarten. Motorzeilend varen we op een vlakke zee de nacht in en tijdens onze wachten zijn we druk met scheepvaart, we herinneren ons dat dit vorig jaar ook het geval was toen we van Sint Maarten naar de BVI's voeren. Een groot deel van de nacht vaart de Windsurf naast ons, een grote (of het grootste?) cruise-zeilboot van drie verdiepingen. In 2012 voer hij ook een halve nacht naast ons, toen we onderweg waren van Honfleur naar Boulonge-sur-mer langs de Franse kust. Verder zien we diverse cruiseschepen, tankers en andere vrachtschepen en diverse zeilboten op de AIS en rond ons.

Vrijdagochtend 24 februari valt ons anker in Simpson Baai. Het voelt een beetje alsof we thuis komen, we lagen vorig jaar bijna drie maanden op Sint Maarten. Nog voor het ontbijt lig ik in het water om het onderwaterschip schoon te maken, dat was in drie weken Luperon behoorlijk aangegroeid met pokken en dit is de eerste plek waar het water helder genoeg is dat ik goed zicht heb.

CLUBHUIS
Twee uur later gaan we door de Sint Maarten Simpson Bay brug langs de Yacht Club, waar al druk gewerkt wordt aan de komende Sint Maarten Heineken Regatte. En diezelfde avond zitten we in HET cruisers clubhuis van Sint Maarten (of misschien wel van de Carieb?) Lagoonies. En Lagoonies maakt haar reputatie direct weer waar want we treffen er twee zeilers die we hier vorig jaar voor het laatst zagen toen zij vertrokken naar Nieuw Zeeland. Wij wisten niet beter dan dat zij daar nog altijd waren en tot twee weken geleden was dat ook zo, maar inmiddels hebben ze een andere boot gekocht in de Carieb en kwamen ook vandaag op SXM aan. Wij kunnen onze ogen niet geloven dat wij hen hier zien. Wat een leuk weerzien met de bemanning van de Omweg!

We ontmoeten nog meer oude bekenden (de ene zagen we januari 2015 voor het laatst op de Canaries, een ander in april 2015 in Suriname, weer anderen een jaar geleden in de BVI's en hier in SXM) en we maken kennis met cruisers die we nog niet eerder ontmoetten.

MOE MAAR VOLDAAN
En zo sluiten we een lange nacht en dag af in de lokale Chinees, met veertien andere cruisers rond de Chinese (rijst)tafel. We zijn moe maar erg voldaan dat we in anderhalve week 500 mijl oostelijker zijn gekomen op een route die onder normale tradewind omstandigheden zo lastig is en zo lang kan duren. Als we de volgende ochtend wakker worden, horen we de tradewinds alweer door het want gieren. En dat zal de komende weken nog wel zo blijven.

zondag 26 februari 2017

EL COMMANDANTE




Vertrekken. Tja.. Veel landen die we bezoeken vinden we zo leuk, dat we het jammer vinden om weer te vertrekken. Dat geldt zeker ook voor Republica Dominicana. Dat heeft ons hart wel gestolen. 

Het landschap met de heuvels en bergen zo ver je kijkt, allemaal in felle frisse groene kleuren zoals we in Nederland alleen in de maand mei kennen.. 


De lokale Albert Heyn
De rijke vegetatie. Avocado's die we zo van de boom plukten, pelden en opaten. Bananen, citrusvruchten, cacao, koffievelden, rijstvelden, aardbeien, ananas. Zelfs appels en peren. Mango's ook, maar helaas waren we buiten het seizoen. 

En dan de bevolking. We kunnen ons niet heugen dat we eerder zo veel vriendelijkheid, hartelijkheid en gastvrijheid tegenkwamen. 


ACHTERDEUR
Keuze genoeg, de lokale keuken
Nu is ons beeld vast wat gekleurd en zeker niet universeel voor de hele Dom Rep. Het scheelt enorm dat wij de DR 'via de achterdeur' binnenkwamen. Luperon is een klein dorpje aan de noordkust, ver van de toeristencentra. 

We bezochten een dag een meer toeristische plek en daar ervoeren we al een heel andere wereld; werden continu gevraagd of we iets wilden kopen,of wilden komen lunchen, of een tour wilden boeken. En de prijzen lagen er direct drie maal hoger, dus geen lunch voor drie personen inclusief drankjes voor omgerekend 8USD, maar voor 24USD. 

We kunnen ons voorstellen dat je ervaring in de DR heel anders is als je in een groot resort zit, ergens in een toeristengebied. En zo geldt voor de DR wat voor veel landen geldt, dat je het land pas echt leert kennen ver buiten de toeristencentra.

De ankerbaai in Luperon. het ligt behoorlijk vol, maar 90% van deze boten
gaat hier nooit meer weg. Wij snappen dat wel!
Maar ik wilde dus zeggen... we vinden het moeilijk om te vertrekken uit Luperon. Toch houden we al vanaf onze eerste week het weer in de gaten. Want als er een weergat komt, moeten we verder. We volgen een lastige route die pal tegen de heersende tradewinds in gaat (oostenwind die gedurende het winerseizoen waait). 

De kust van de Dominicaanse Republiek is bovendien lagerwal waar een hoge deining kan staan veroorzaakt door een storm in de noord Atlantische wateren, duizenden kilometers ver weg. Die deining klapt op de noordkust van de DR uiteen. Verder is er een dagelijks patroon dat in de middag de oostenwind versterkt wordt doordat de lucht boven land opwarmt terwijl de lucht boven zee minder opwarmt. Zo ontstaat er een lokaal lagedrukgebied, wat in de loop van de middag de oostenwind versterkt.

DRAMATISCH?
Klinkt allemaal vrij dramatisch en dat is het ook als je geen rekening houdt met al deze zaken. Maar het devies is gewoon wachten totdat de weersomstandigheden afwijken van het normale patroon (bijvoorbeeld als gevolg van een koufront dat het gebied overtrekt, of als het hogedrukgebied dat normaal rond 30 graden noord ligt uitzonderlijk ver naar het zuiden zakt). Als je daar op wacht,dan is er niets aan de hand en is deze route, die vanwege de moeilijkheidsgraad ook wel 'the thorny path' (de doornige route) wordt genoemd, prima te doen. En dus houden wij het weer nauwlettend in de gaten. We moeten drie weken wachten voordat er een uitzonderlijke situatie ontstaat. Gelukkig maar, want daardoor hebben we de tijd om van de DR te genieten en onze lange lijst af te werken van dingen die we willen doen en zien. Wat mij betreft had het weergat nog wel een week of twee langer op zich mogen laten wachten.


HOE VIND JE EEN WEERGAT?
Weeroverleg tussen twee meteorologen
Dagelijks luisteren we naar Chris Parker (Marine Weather Center, geeft dagelijks via de SSB radio weersverwachting voor zeilers in de Carieb - alleen dat al is een prima reden om een SSB zender aan boord te zetten als je een zeilreis naar/door de Carieb gaat maken) en halen weerkaarten en weersverwachtingen binnen via internet. 

En ja, er komt een voldoende lang weergat voor de ruim 250 mijl naar Puerto Rico. Hoewel we daar twee etmalen over varen, hebben we minimaal drie rustige dagen nodig. De eerste dag is nodig om de zee te laten kalmeren; na een periode van harde wind staan er nog zeker een dag hoge zeeën en daar zouden we dan pal tegenin moeten varen. Dat is, om een understatement te gebruiken, niet zo leuk... Nadat de zee wat tot rust is gekomen hebben we dan twee etmalen nodig om onze bestemming te bereiken, maar liever nog een dag extra, zodat we een marge hebben, mocht er onderweg iets tegenzitten.

En zo komt de dag van vertrek. Zondagavond zitten we in de kuip van Antares en kijken nog eens goed om ons heen naar het fraaie landschap. Morgenochtend klaren we uit en vertrekken we uit dit mooie land. Niet alleen wij zijn verdrietig, ook Quirijn. Het bevalt hem ook erg goed in de DR en bovendien is er sinds een aantal dagen een Amerikaanse zeilboot met een zes jarig jongetje aan boord waarmee Quirijn het erg goed kan vinden.

UITKLAREN
Typisch straatje in de DR. Hier handelsstad Santiago.
Met gemengde gevoelens varen we maandagochtend in de bijboot naar de kant. Eerst langs immigratie, waar allerlei papieren worden ingevuld en onze paspoorten aandachtig bekeken. Vervolgens naar de douane. We moeten even wachten tot we het krappe hokje in kunnen; een mevrouw is de ramen aan het afnemen... en gebruikt de vlag van de Dominicaanse Republiek als poetsdoek(!). Ik durf er geen foto van te maken, maar het is een bijzonder tafereel. Als we even later weer buitenstaan, zien we dat de DR vlag die al die tijd aan een mast wapperde, weg is. Zou mevrouw hem na gebruik weer terughangen?

Daarna naar het havenkantoor, waar weer een riedel papieren wordt ingevuld en we moeten betalen omdat onze boot in de baai geankerd ligt. Niet dat er iets aan faciliteiten tegenover die betaling staat, maar zo hebben weer wat mensen werk*. We krijgen een briefje waarop staat dat we vanmiddag voor 13 uur de baai moeten verlaten. We willen, met het oog op ons weergat, rond tien uur al vertrekken, prima dus.

*) Dat was ook al tijdens het inklaren; toen moesten we ook nog langs de afdeling Agriculture. In een land met zo veel gewassen kunnen we ons er wel iets bij voorstellen dat zo'n land goed controleert wat er het land binnenkomt, maar deze 'controle' bestaat er uit dat wij bij mevrouw aan haar tafel aanschuiven, zij alle gegevens van onze boot noteert, wij twintig dollar betalen en zij ons een kwitantie voor de betaling overhandigt. Of de gewassen van de DR met dit proces worden beschermd, wagen wij te betwijfelen. Anyway, dat is ook de DR en we weten dat het inklarings- en uitklaringsproces in vrijwel alle havens van de DR met heel wat corruptie gepaard gaat. Dankzij zeilers die in Luperon zijn blijven hangen en er nu wonen en sommigen een cafeetje oid hebben, is de boel hier flink gestroomlijnd en niet (zo) corrupt.

MARINE
Dan zijn we klaar op het haventerrein, maar niet klaar met het uitklaringsproces. Een eindje verderop staat het kantoor van de marine. Dat staat boven op een heuvel, hoog boven alle andere instanties. Als onderschrijving van wie het hier voor het zeggen heeft; El commandante. Vroeger was er een bruggetje over het riviertje dat het havengebied scheidt van de heuvel waarop het fort van de commandant staat, maar die brug is zo te zien al jaren geleden ingestort. En dus rest ons niets dan het hele dorp doorlopen naar de volgende brug en aan de overkant weer het hele eind terug. Zou het via het eerste bruggetje twintig seconden duren, nu zijn we twintig minuten onderweg.


De dinghy steiger drijft niet helemaal meer. Maar wordt
nog volop gebruikt. Af en toe glijdt er iemand vanaf
het water in en mag zich dan 'lid van de Luperon
Duik Club' noemen.
De commandant en zijn collega's zijn de enigen die in uniform lopen. Legeruniform met kisten eronder. De commandant zit onder een veranda van palmbladeren achter een tafel op een stoel. Om hem heen zitten zes collega's van mindere rang, op de houten afrastering rond de veranda, die met een plastic kleedje in bloemetjesmotief in een soort zitplank is getransformeerd. 'No dispacho' is het antwoord op ons verzoek. We kijken hem niet begrijpend aan. Hij schut zijn wijze hoofd. Er worden vandaag geen dispachos uitgegeven. En zonder dispacho is vertrekken niet toegestaan. Waarom er dan geen dispachos worden uitgegeven, willen wij graag weten. 'Te gevaarlijk'. We kijken elkaar aan. Te gevaarlijk, wat te gevaarlijk? Het blijkt te gaan over het weer. Het is te gevaarlijk om te vertrekken. Het weer is te slecht. Nu zijn we sprakeloos. In al de achtentwintig landen die we tot nu toe tijdens onze reis bezochten, hebben we zoiets nog nooit meegemaakt. Iemand die het vertrek weigert, omdat het weer te slecht zou zijn.

En als het weer nu slecht zou zijn... Ja. Maar in alle tradewind omstandigheden, land-zee effecten, koufronten en oceaandeiningen die dit gebied kunnen tarten, zijn de omstandigheden momenteel uitzonderlijk goed... Langzaam denken we te begrijpen waarom zo veel cruisers in Luperon hun zeilreis verruilen voor een landleven... Je komt hier nooit meer weg...

We leggen El Commandante De Grote in ons beste Spaans uit dat wij een zeilboot hebben, die gemiddeld vijf knopen vaart en dat dit een uitzonderlijk goed weergat is dat wij optimaal kunnen en willen benutten voor en zo veilig en soepel mogelijke tocht waarbij veiligheid van schip en bemanning voorop staat en... Etcetera, etcetera.

... No Despachio ...

Mijn god, dit hebben we echt nog nooit meegemaakt en als we even later Norman spreken (een Amerikaan die hier al dertig jaar woont en zo'n beetje de belangen van cruisers behartigd), blijkt dit voor hem ook nieuw te zijn. Hij belt wat hier en daar naar hogere instanties, maar ondertussen verdwijnt ons weergat als sneeuw voor de zon.


-- vervolg van dit verslag door Hedda --


Als we even later met alle ontgoochelde cruisers in Wendy's bar zitten komt langzaam het besef dat we nog een laatste kans krijgen om nog van dit prachtige land te genieten. Iedereen oppert voor zichzelf nog mogelijkheden; nog een dag een motor huren, nog een hike of naar het strand. Wij besluiten om de volgende dag samen met de bemanning van de Amerikaanse boot Cygnes nog een auto te huren en naar de watervallen te rijden. Onder de bemanning van de Cygnes zijn 3 kinderen, Maya van 9, Patrick van 6 en Rosie van 3. Voor Quirijn fantastisch gezelschap. En zo vertrekken we de volgende morgen met 4 kinderen en 4 volwassenen in een auto richting de watervallen.

EN NOG EEN KEER...

Helaas kunnen kinderen onder de 8 niet omhoog naar de watervallen. Maar Walewijn offert zich op om bij de onderste waterval met alle kinderen te wachten. En als u het vorige blog heeft gelezen dan is dat voor hem een hele zware opoffering. Geweldig, zo krijg ik nu ook de kans om de watervallen te ervaren.

De 27 watervallen zitten er niet in, maar wel 12 en ik moet zeggen het is inderdaad geweldig! Je mee laten voeren door de stroom van het water tussen diep uitgeslepen rotsen, warm water dat van de rosten afklettert en het afglijden van zo'n waterval, Duinrell is er niks bij. Een minpunt hier zijn de gidsen. Zij willen de groep zo snel naar beneden loodsten zodat ze nog een groep kunnen begeleiden waarmee ze weer meer fooi kunnen verdienen. We proberen zo lang mogelijk te genieten, maar toch zijn we voor mijn gevoel te snel beneden.




LAST TRIP
Na de watervallen introduceren we de bemanning van Cygnes bij het lokale restaurantje in Imbert voor een echte lokale lunch voor een lokale prijs; 6 dollar voor 2 forse maaltijden en 3 drankjes!


Cacao vrucht aan de boom
Na de lunch hebben we nog voldoende tijd om nog rond te rijden met de auto. We rijden de bergen en zijn op zoek naar chocolade. We zien een bord met cacao en rijden het terrein op. Het blijkt een in- en verkooppunt van cacaobonen te zijn. We vragen aan een paar mannen die daar rondlopen of het mogelijk is om rond te kijken. Een van de mannen gaat het even vragen aan zijn baas. En even later krijgen we een rondleiding van de baas. Hij legt uit dat de boeren uit de omgeving hier hun rauwe cacaobonen verkopen. Hij laat ons de cacaovrucht zien met daarin de rauwe cacaobonen. Deze bonen zijn bedekt met wit vruchtvlees dat je kan eten. Hij laat ons het proeven en het is inderdaad lekker. Het heeft een zoet zurige smaak.


De rauwe cacaobonen worden vervolgens gefermenteerd en gedroogd en daarna doorverkocht aan de chocoladefabrieken. Onder andere aan een klein fabriekje daar om de hoek die gerund wordt door een paar lokale vrouwen. We waren op zoek naar chocolade. Helaas verkopen ze bij dit bedrijf alleen maar zakken vol cacaobonen en geen chocolade, maar bij de chocoladefabriek hier om de hoek wel en ook zelfs wijn. 




Die combinatie klinkt als muziek in onze oren. En dus kloppen we even later aan bij een klein huisje aan een bergweggetje. Het ziet er gesloten uit, maar even later gaat de deur open en een mevrouw met een haarnetje heet ons welkom. 

Ze legt uit dat we een 
rondleiding kunnen krijgen, maar dat ze daarvoor wel een kleine vergoeding vragen, 2 dollar per volwassenen. Het bedrijf heeft een kleine productie en zijn dus ook afhankelijk van giften.  





De Chocoladefabriek

Zo zijn de machines gedoneerd door een Amerikaanse vrouwenstichting. Het fabriekje is een vrouwen initiatief. Er werken uitsluitend vrouwen uit de omgeving. Zij maken verschillende soorten chocolade, gofio ( een poeder van maïsmeel, suiker en kaneel waarmee pudding of een drankje gemaakt wordt) en passievrucht- en kersenwijn. We krijgen de kans om van alles wat te proeven en besluiten om wat chocolade te kopen en een fles passievruchtwijn.



Hier worden busjes gevuld met cacaopoeder.



DOMINICAN EXPERIENCE COMPLETED
Na een mooie detour door de bergen keren we aan het eind van de middag terug in Luperon. Dit was een mooi afscheid van de Dominicaanse Republiek. Dankzij El Commandante is mijn Dominicaanse Experience compleet. Alles wat we konden en wilden doen hier hebben we gedaan; motor rijden, Santo Domingo en Santiago bezoeken, de bergen in, vers fruit van de bomen halen en de watervallen. Het was fantastisch. En nu is het tijd om te vertrekken.

EL DESPACHIO...
Na twee weken in de ankerbaai ziet de bodem van onze
bijboot er zo uit... Het groeit nogal hard aan hier, omdat er
veel zoet water van het eiland de baai in stroomt. Zacht gezegd,
niet het meest schone water... (riolering is schaars...). Toch
maar even met de snorkel het water in om onze schroef en
onderwaterschip schoon te krabben met een plamuurmes.
Ik ben er niet ziek van geworden.
De volgende ochtend staan we zenuwachtig op. Zou El Commandante het vandaag wel zien zitten om een aantal gekken in kleine zeilboten toestemming te geven om die grote boze oceaan te betreden? We hebben met de bemanning van Blabber en Wright Away afgesproken dat we met z'n allen naar El Commandante gaan. Aangekomen bij het kantoor blijkt El Commandante er niet te zijn. Puerto Plata wordt geroepen door de dienstdoende beambte. Ja, lekker dan. Wat voor spelletje wordt er nu weer gespeeld? We blijven wachten en er wordt wat heen en weer gebeld. Uiteindelijk krijgt een van de beambte opdracht om iets binnen te halen en we vermoeden dat we het toverwoord opvangen, Dispachio. De jongen komt terug met formulieren. Die moeten we invullen. Het lijkt erop dat er iets in werking is gegaan. Na het invullen krijgen we te horen dat El Commandante vanmiddag met zijn gevolg aan boord komt voor een check. Om 12:00 uur bij de steiger wordt er afgesproken.

Op de terugweg naar onze boot varen we nog even langs bij de Cygnes waar Quirijn aan het spelen is. Cygnes wil vandaag ook een Despachio halen om morgen te vertrekken. Zij kregen net te horen dat El Commandante onderweg is naar hun boot. Wat? Hij zat toch in Puerto Plata? Wij blijven wachten totdat hij arriveert. Er wordt wat heen en weer gepraat en uiteindelijk komt er een afspraak te staan voor half 3. Dan gaat hij alle boten die willen vertrekken tegelijk controleren. Maar inmiddels  staat de bemanning van Wright Away en Blabber bij de steiger te wachten op El Commandante. Na wat heen en weer gepraat daar op de steiger komen ze uiteindelijk om half 2.
Wij vertrekken. Deze visboot komt net aan.

Ben van de Blabber is gecharteerd als taxiboot en vaart El Commandante en zijn gevolg van de ene boot naar de andere. Overal waar El Commandante komt wil hij wel wat drinken en soms zelfs wat eten. Bij ons wil hij cafeïne. Ik bied hem een flesje cola aan en verontschuldig mij dat het niet koud is. Dat wij geen koelkast hebben. Dan wil hij koffie. Tuurlijk, dan zetten we koffie. Alles voor die Dispachio. Koffie is naar zijn smaak niet zoet genoeg. Suikerpot graag. Komt eraan! Misschien een koekje erbij? Ik geef hem een pakje met 6 koekjes. Hij wil nog zo'n pakje voor zijn collega. Tuurlijk. Bescheidenheid is de El Commandante vreemd. Maar dan uiteindelijk komt er een stempel op het papier dat wij vanmorgen hebben ingevuld en wenst hij ons een Buen Viaje!
Yes, we kunnen vertrekken!


Adios Republica Dominicana !